Nieuwe cijfers over thuiswerken in Nederland
- 5 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Thuiswerken is here to stay. Dat blijkt opnieuw uit recente cijfers: medewerkers blijven massaal gebruikmaken van de flexibiliteit die ze hebben gekregen, terwijl werkgevers juist weer wat steviger sturen op aanwezigheid. Die spanning is interessant, want hij dwingt organisaties om opnieuw na te denken over de rol van het kantoor. Een recent artikel op Facto.nl met nieuwe cijfers over thuiswerken in Nederland zegt dat thuiswerken onverminderd populair blijft, ondanks strengere werkgevers.
De cijfers liegen er niet om: thuiswerken is geen tijdelijke erfenis van corona, maar een structureel onderdeel van hoe we werken. Waar organisaties misschien hoopten op een “natuurlijke terugkeer” naar kantoor, zien we nu iets anders gebeuren. Medewerkers blijven thuiswerken, simpelweg omdat het kan én omdat het voor hen werkt. Uit recent onderzoek van het CBS blijkt dat in 2025 bij 80% van de Nederlandse werkgevers thuiswerken mogelijk is, en dat 60% van de werknemers daar ook daadwerkelijk gebruik van maakt. Opvallend: die cijfers zijn sinds 2022 vrijwel onveranderd.
Ter vergelijking: in 2012 bood slechts 59% van de organisaties de mogelijkheid om thuis te werken, en werkte 22% van de medewerkers weleens vanuit huis.
Tegelijkertijd zien we ook dat werkgevers de teugels iets strakker aantrekken. Niet om thuiswerken volledig terug te draaien, maar om balans te vinden. Want samenwerken, cultuur bouwen en kennis delen blijven toch makkelijker als mensen elkaar fysiek ontmoeten.

Het kantoor als bestemming, niet als verplichting
De tijd dat het kantoor een vanzelfsprekendheid was, ligt achter ons. Medewerkers maken nu bewuste keuzes:Waarom zou ik vandaag naar kantoor gaan?
Als het antwoord daarop niet helder is, blijven ze thuis.
Voor facility managers betekent dit dat het kantoor moet transformeren van een plek waar je moet zijn, naar een plek waar je wilt zijn. Dat vraagt niet alleen om goede koffie en inspirerende ruimtes, maar vooral om grip op hoe het kantoor wordt gebruikt.
De nieuwe realiteit: pieken, dalen en onzekerheid
Hybride werken brengt een minder voorspelbaar gebruik van kantoorruimtes met zich mee. Dinsdagen en donderdagen zitten vol, terwijl andere dagen juist leeg aanvoelen. Teams plannen hun eigen ritme, vaak los van elkaar. Dat maakt het soms lastig om voldoende werkplekken beschikbaar te hebben op piekmomenten en lege ruimtes te voorkomen op rustige dagen. Daarnaast is het een uitdaging om inzicht te houden in wat er écht gebeurt op de werkvloer. Zonder data blijft het vaak bij aannames en dat maakt sturen voor de facility manager lastig.
Van aanwezigheid naar afstemming
Wat opvalt in de ontwikkeling van thuiswerkbeleid, is dat het minder vrijblijvend wordt. Niet per se strenger, maar wel gerichter. Werkgevers willen dat mensen op de juiste momenten samenkomen, in plaats van willekeurig aanwezig zijn. Dat vraagt om iets anders dan alleen beleid. Het vraagt om afstemming.
Wanneer komt welk team naar kantoor?
Zijn er voldoende ruimtes beschikbaar voor samenwerking?
Hoe voorkom je dat mensen misgrijpen — of juist voor lege verdiepingen staan?
Technologie als stille facilitator op kantoor
In deze context wordt technologie minder een ‘tool’ en meer een facilitator van werkgeluk en efficiëntie. Niet door op de voorgrond te treden, maar juist door frictie weg te nemen. Denk hierbij aan inzicht in bezetting en gebruik of het eenvoudig reserveren van werkplekken en ruimtes. Wanneer dat goed geregeld is, ontstaat er iets interessants: rust. Voor medewerkers, omdat ze weten waar ze aan toe zijn. En voor organisaties, omdat ze beter kunnen sturen op gebruik en kosten.
Het echte vraagstuk rondom thuiswerken
De discussie gaat uiteindelijk niet over thuiswerken versus kantoor. Die fase zijn we voorbij.
De echte vraag is:hoe faciliteer je werk dat niet meer plaatsgebonden is, zonder grip te verliezen?
Organisaties die daar een antwoord op vinden, creëren een werkomgeving die meebeweegt met zowel de behoeften van medewerkers, als de doelen van de organisatie. En misschien is dat wel de grootste verschuiving van allemaal:niet wáár we werken, maar hoe bewust we dat organiseren.




Opmerkingen